
De herstructurering bij Bekaert sloeg op het eerste zicht in als een donderslag bij heldere hemel. Al bij al waren de reacties van alle betrokken partijen echter voorspelbaar. Zoals steeds het geval is, moest het bedrijf, in dit geval CEO Bert De Graeve, spitsroeden lopen. De werkgeversfederaties laakten het gebrek aan industrieel beleid, de vakbonden hekelden het collectief ontslag van 600 medewerkers. En op TV werden de aantallen ontslagen werknemers groot op het scherm geprojecteerd met dreigende muziek op de achtergrond. Ontslagen worden is uiteraard geen pretje. Er zijn weinig gebeurtenissen die er in een mensenleven dieper inhakken dan een ontslag. Maar dat betekent niet dat het schrappen van 600 banen onmiddellijk moet worden gelijkgesteld met een soort natuurramp. Op de arbeidsmarkt worden constant banen gecreëerd en geschrapt. Tijdens een gewone week worden in Vlaanderen gemiddeld 2000 banen gecreëerd en geschrapt. We moeten ons pas zorgen maken indien er gedurende een lange periode veel meer geschrapt worden dan gecreëerd.
In het geval van Bekaert is trouwens ook een meer alternatieve lezing mogelijk van hetgeen vorige week gebeurde. Toen Bekaert in de jaren ’80 en ’90 sterk groeide moesten veel werknemers worden aangetrokken. Ook toen al lagen de eisen bij de staaldraadproducent hoog. Met hogere lonen dan de markt werden niet alleen schoolverlaters en werkzoekenden aangetrokken. Heel wat ervaren werknemers uit de KMO’s in de streek verlieten hun bedrijf en zochten hun geluk in de grote fabriek. Er was toen heel wat tandengeknars hoorbaar bij de vele KMO’s. Ook toen al was er op de arbeidsmarkt veel meer mobiliteit dan we nu geneigd zijn te denken. De stemming bij KMO’s verbeterde zeker niet toen Bekaert bij vroegere herstructureringen volop de kaart van het brugpensioen trok daartoe aangezet door de geldende regelgeving. Vele goede vakmannen verlieten op die manier vroegtijdig de arbeidsmarkt hoewel ze nog goede diensten hadden kunnen bewijzen in het brede industriële weefsel in Zuid West en Oost-Vlaanderen. Een mooiere illustratie van een slecht werkende arbeidsmarkt is moeilijk denkbaar.
Als we het bovenstaande meenemen in onze evaluatie kunnen we wat nu gebeurt bij Bekaert ook op een andere manier bekijken. De 600 werknemers die nu hun baan verliezen bij Bekaert komen opnieuw ter beschikking van de vele KMO’s die wanhopig op zoek zijn naar ervaren werknemers. Gemakkelijk is dit niet. De betrokkenen zullen zich moeten aanpassen aan een nieuwe sector, een nieuw bedrijf, nieuwe collega’s en vooral nieuwe gewoonten en mentaliteit. Dit laatste wordt nogal eens onderschat. Het zorgt er ook voor dat KMO’s soms twijfelen om de betrokken werknemers opnieuw aan te werven. Toch denken we dat het voor een grote groep getroffen werknemers mogelijk moet zijn om de loopbaan in goede omstandigheden verder te zetten. Hoe men het ook draait of keert, dit is de arbeidsmarkt van de toekomst. Een levenslange tewerkstelling in een bedrijf zit er niet meer in. De enige zekerheid waar een werknemer kan op rekenen zit in de inzetbaarheid. Nu nog even bij Bekaert, straks bij een KMO in de regio.
Jan Denys
arbeidsmarktdeskundige Randstad

|
|
Laurent Hanseeuw Fellow Itinera Institute |
||
|
Ivan Van de Cloot Chief Economist Itinera Institute |
|
Fons Leroy Managing Director VDAB |
||
|
Karel Volckaert Director of Research at Strategus |